Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 4

Artikel 26

Stemming over amendementen en moties

Onderdeel van Reglement van orde van de raad van Alphen aan den Rijn 2014

1.. Alvorens over een (sub)amendement of motie wordt gestemd, wordt het college in de gelegenheid gesteld over dat (sub)amendement of die motie te adviseren. 2.. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 3.. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 4.. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 5.. Na een stemming over een of meer (sub)amendementen vindt de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt gevraagd. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing met inachtneming van de op dat moment aangenomen amendementen. 6.. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt de motie in stemming gebracht nadat de stemming over het voorstel heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel