Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere
regels vaststellen.
Deze nadere regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:
de wijze van uitvoering bij de aanleg, onderhoud, verplaatsing
en opruiming van kabels en leidingen, het medegebruik van
voorzieningen en het opstellen van voorschriften op het gebied
van markering, afzetting en het toepassen van proefsleuven.