Het is verboden zonder of in afwijking van een door het college
verleend instemmingsbesluit over plaats, tijdstip en wijze van
uitvoering van werkzaamheden, medegebruik van voorzieningen en
de afstemming van voorgenomen werkzaamheden met overige
netbeheerders, kabels en/of leidingen in of op openbare gronden
aan te leggen, in stand te houden of op te ruimen.
2. Ook voor werkzaamheden van minder ingrijpende aard als
bedoeld onder onderdeel m van artikel 1 is een
instemmingsbesluit, als bedoeld in het eerste lid,
noodzakelijk.
Het instemmingsbesluit vervalt als daarvan niet uiterlijk binnen
één (1) jaar na het onherroepelijk zijn van het besluit gebruik
wordt gemaakt.
Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op
werkzaamheden van de gemeente bij het uitvoeren van haar
publiekrechtelijke taak.
Hoofdstuk
Artikel 4
Instemmingsvereiste
Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur