De vergunning of jaarvergunning moet worden aangevraagd, door, namens of met toestemming van degene die gerechtigd is om over de houtopstand te beschikken. Dit is bijvoorbeeld de eigenaar, maar ook degenen die een recht van erfpacht, opstal, erfdienstbaarheid of vruchtgebruik betreffende de houtopstand hebben. Huurders zijn geen zakelijk gerechtigden. Zij moeten voor de aanvraag dus toestemming van de eigenaar hebben.
Opmerking verdient dat de vereisten voor het indienen van de aanvraag primair zijn opgenomen in de Wabo en de daarop gebaseerde Regeling omgevingsrecht (Mor). Daarnaast speelt echter ook de Algemene wet bestuursrecht een rol. In artikel 4:5 van die wet is bijvoorbeeld geregeld dat een bestuursorgaan aanvullende gegevens of bescheiden kan vragen. Bij een aanvraag voor een vergunning of jaarvergunning kan in dat verband onder andere worden gedacht aan een verplantbaarheidsonderzoek, een bomentoets, een berekening van de monetaire boomwaarde of een compensatieplan. Bij het opvragen van aanvullende gegevens of bescheiden is het bestuursorgaan wel aan een strikte voorwaarde gebonden. De gegevens en bescheiden kunnen uitsluitend worden gevraagd indien deze noodzakelijk zijn om op de aanvraag te kunnen beslissen. Uit de toelichting bij de Mor blijkt ook dat de wetgever ervan uitgaat dat een bestuursorgaan hier zeer terughoudend in is.