Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Weigeringsgronden

Onderdeel van Bomenverordening 2014

Elke boom draagt bij aan het karakter van zijn directe omgeving en aan de uitstraling van de stedelijke omgeving als geheel. Naast een beeldbepalende waarde heeft een houtopstand ook waarde vanuit ecologisch en milieuoogpunt en kan er in sommige gevallen sprake zijn van een cultuurhistorische betekenis. Iedere keer zal bij een aanvraag tot vellen van een houtopstand een afweging moeten worden gemaakt van alle betrokken belangen, zowel de belangen die de aanleiding voor de aanvraag vormen als de belangen tot behoud van de houtopstand. De criteria die in artikel 5 worden genoemd zijn bedoeld om deze afweging zo goed mogelijk te kunnen maken. De weigeringsgronden zijn niet dwingend bepaald; als de houtopstand aan één of meer van de criteria voldoet betekent dat dus niet automatisch dat de vergunning of jaarvergunning moet worden geweigerd. Eerste lid onder a: natuur- en milieuwaarde Dit criterium ziet op het ecologische belang van de houtopstand voor natuurbehoud en natuurontwikkeling doordat de houtopstand plaats kan bieden aan planten en schimmels, nestel- of schuilgelegenheid biedt voor dieren en voedsel voor insecten. Vanuit natuurwetenschappelijk oogpunt kan de houtopstand een belangrijk object vormen voor wetenschappelijk onderzoek. Een houtopstand kan deel uitmaken van een belangrijke ecologische verbindingsroute en van invloed zijn op de bodemgesteldheid en de waterhuishouding. Daarnaast kan de aanwezigheid van een houtopstand van invloed zijn op de effecten van wind en temperatuur. Eerste lid onder b: waarde voor het stadsschoon of het landschap De aanwezigheid van een houtopstand versterkt de aanblik van een straat of wijk en kan de belevingswaarde daarvan in belangrijke mate beïnvloeden. Houtopstanden zijn vaak beeldbepalend voor het karakter van de omgeving. Deze waarde kan in ieder geval tot uitdrukking komen als de houtopstand onderdeel is van een beschermd stads- of dorpsgezicht of deel uitmaakt van een hoofdbomen- of hoofdgroenstructuur. Eerste lid onder c: cultuurhistorische waarde Hiervan is sprake als een houtopstand is verweven met de geschiedenis van de omgeving of is geplant naar aanleiding van een gedenkwaardige gebeurtenis zoals de geboorte of het huwelijk van een prins of prinses. Van cultuurhistorische waarde is in ieder geval ook sprake als een boom of houtopstand is aangewezen als onderdeel van een gemeentelijk- of rijksmonument. Eerste lid onder d: waarde voor de leefbaarheid De houtopstand levert een bijdrage aan een aangename woonomgeving, bijvoorbeeld doordat hij schaduw biedt, gelegenheid geeft tot spelen voor de jeugd en een belangrijke rol speelt bij recreatie (park, wandel- en fietsroutes et cetera). Een lokaal bomenbeleidsplan leent zich bij uitstek voor een nadere invulling van de criteria waarbij ook rekening kan worden gehouden met specifieke lokale omstandigheden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de invoering van een bomentoets in het kader van het Plan- en besluitvormingsproces ruimtelijke ordening en aan het onderzoeken van de mogelijkheden om een houtopstand, waarvoor een vergunning of jaarvergunning om te mogen vellen wordt aangevraagd, te verplanten. Houtopstanden die voorkomen op de lijst als bedoeld in artikel 10 dienen extra bescherming te krijgen. Het tweede lid bepaalt dan ook dat een aanvraag voor een vergunning tot vellen hiervan wordt geweigerd. Ook het deel van de jaarvergunning dat op beschermde houtopstanden ziet. Dit is alleen anders als er zwaarwegende omstandigheden zijn. Dit betekent dat een vergunning of dat deel van de jaarvergunning in beginsel alleen wordt verleend als er sprake is van een algemeen maatschappelijk belang en als in voldoende mate is onderzocht of er geen mogelijkheden zijn om de beschermwaardige houtopstand te behouden. Het voorbehoud dat voor zwaarwegende omstandigheden wordt gemaakt impliceert bovendien dat een bestuursorgaan moet beargumenteren waarom het vindt dat in een bepaald geval van die omstandigheden sprake is en waarom geen alternatieven mogelijk zijn. Een bestuursorgaan heeft in beginsel de vrijheid om plannen te maken en daarin keuzes te doen maar zal niet lichtvaardig over de lijst heen kunnen stappen: een boom wordt daar niet zonder reden op gezet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel