Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Huisvestingsverordening

In deze verordening wordt verstaan onder; wet: de Huisvestingswet; besluit: het Huisvestingsbesluit; woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruim- ten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand, dan wel indien het betreft een standplaats voor een woonwagen of een ligplaats van een woonschip, het bedrag dat is verschuldigd voor het innemen van die standplaats, onderscheidenlijk ligplaats, uitgedrukt in een bedrag per maand; koopprijs: de prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald; woningzoekende: het huishouden dat in het register als bedoeld in artikel 7 is ingeschreven; economische binding:de binding van een persoon aan een gebied, daarin gelegen dat die persoon voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen of vanuit dat gebied; maatschappelijke binding: de binding van een persoon aan een gebied, daarin gelegen dat die persoon tenminste gedurende drie jaar, voorafgaande aan die inschrijving onafgebroken ingezetene is geweest van dat gebied, dan wel gedurende de zestien jaar voorafgaande aan de inschrijving, tenminste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van dat gebied. kernbinding: de binding van een persoon aan de kern ’t Harde of Doornspijk (inclusief De Hoge Enk), daarin gelegen dat op die persoon ten aanzien van die kern de onder lid g of lid h omschreven binding van toepassing is; regio Noordwest-Veluwe: het grondgebied van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten; regio Noord-Veluwe: de regio als bedoeld in het “Derde provinciale woonwagenplan ’92-’98”, omvattende de gemeenten Barneveld, Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hoevelaken, Nunspeet, Nijkerk, Oldebroek, Putten en Scherpenzeel; huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; inkomen: het belastbaar inkomen, bedoeld in artikel 3, lid 2 van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964, dan wel, indien geen aanslag in de inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld, het zuiver loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, of een op vergelijkbare wijze bepaald bedrag. Ten aanzien van huishoudens die uit meer dan één persoon bestaan, wordt als inkomen in aanmerking genomen: de som van de inkomens van al diegenen die gezamenlijk een gemeenschappelijke huishouding zullen voeren, voor zover die inkomens niet negatief zijn, en met dien verstande, dat de inkomens van inwonende kinderen, pleegkinderen en klein kinderen die op 1 januari van het jaar waarin de vergunning wordt verleend jonger zijn dat 27 jaar buiten beschouwing worden gelaten; huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de wet; eigenaar: het daaromtrent in artikel 1 lid 2, van de wet bepaalde; ingezetene: degene die in het bevolkingsregister van de gemeente Elburg is opgenomen. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en/of welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; inwoning: het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; woonwagencentrum: een openbaar centrum voor woonwagens als bedoeld in artikel 2 van de Woonwagenwet; standplaats: een standplaats op een centrum als bedoeld in artikel 2 van de Woonwagenwet of een standplaats als bedoeld in artikel 1, lid 1 onder h, van de Woningwet; woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1 van de Woonwagenwet;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel