Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:
op verzoek van de vergunninghouder;
wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de
vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar
uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;
wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van
de vergunning;
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
vergunningen komt te vervallen;
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan
de vergunning verbonden beperkingen of
voorschriften;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
onjuiste gegevens zijn verstrekt;
om redenen van openbaar belang.
Indien de parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1
sub e. of f. wordt een aanvraag voor een parkeervergunning door
dezelfde vergunninghouder, binnen zes maanden na intrekking,
geweigerd. Indien het een vergunning ex artikel 3 lid 2 sub c
(bezoekersvergunning) betreft, wordt een hernieuwde aanvraag
binnen twaalf maanden na intrekking geweigerd.