4.a. advies
De gemeente betrekt de WMO-raad bij de ontwikkeling van beleid als
bedoeld in artikel 2.
Bij de start van elk beleidstraject worden er afspraken gemaakt
tussen de gemeente en de WMO-raad over de momenten waarop de
WMO-raad bij de ontwikkeling van het beleid betrokken wordt.
De WMO-raad krijgt in de regel minimaal 4 weken de tijd om gevraagd
advies uit te brengen over een beleidsvoornemen.
In het geval burgemeester en wethouders in een voorstel aan de
gemeenteraad afwijken van het advies van de WMO-raad als bedoeld in
het vorige lid, wordt dit bij het voorstel vermeld, waarbij tevens
is aangegeven op welke gronden van het advies van de WMO-raad is
afgeweken.
De WMO-raad is ook gerechtigd uit eigen beweging advies uit te
brengen aan burgemeester en wethouders.
Burgemeester en wethouders voorzien de WMO-raad van de nodige
toegankelijke informatie ten behoeve van het naar behoren
functioneren van de WMO-raad. Het betreft hier alle informatie die
noodzakelijk is om beleid en uitvoering van het beleid te begrijpen
en om ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen.
4.b. overleg
Burgemeester en wethouders bevorderen actief de instandhouding en
het volwaardig functioneren van de WMO-raad.
De verantwoordelijke wethouder vergadert op bestuurlijk niveau 4
keer per jaar met (een afvaardiging van) de WMO-raad. Jaarlijks
wordt een vergaderschema vastgesteld.
De gemeente wijst een vaste contactambtenaar aan voor de WMO-raad.
Deze is tevens coördinerend ambtenaar binnen het gemeentelijke
apparaat ten behoeve van de cliëntenparticipatie voor de WMO en voor
de WWB.
Op verzoek van de voorzitters van de werkgroepen kan ten behoeve van
de vergaderingen van de werkgroepen via de vaste contactambtenaar
een beroep worden gedaan op kennis van het ambtelijke apparaat.
Voor de werkgroep voor de WWB wordt een vaste contactambtenaar
aangewezen.
Minimaal 4 maal per jaar vindt structureel overleg plaats tussen de
contactambtenaar van de WMO-raad en (een afvaardiging van) de
WMO-raad .
Van het bestuurlijke overleg met de WMO-raad stuurt de gemeente
binnen 4 weken een schriftelijk verslag op aan de WMO-raad.
Artikel 4
– Werkwijze
Onderdeel van Verordening clëntenparticipatie Wet maatschappelijke ondersteuning en Wet werk en bijstand