Naar hoofdinhoud
Burgemeester en wethouders stellen aan de WMO-raad zodanige financiële middelen ter beschikking dat de WMO-raad redelijkerwijze in staat kan worden geacht om in het kader van de uitvoering van deze verordening de belangen te behartigen van de in de in deze verordening genoemde personen en groeperingen en het college en raad op dat gebied te adviseren. De financiële middelen als bedoeld in het eerste lid worden jaarlijks voor de bekostiging van de taken als bedoeld in artikel 2 aan de WMO-raad verleend. Het bestuur van de WMO-raad dient jaarlijks een begroting in; de vaststelling van de bekostiging gebeurt op basis van een jaarrekening. Niet bestede middelen worden door het bestuur van de WMO-raad toegevoegd aan de reserve. Het ter bekostiging te verlenen bedrag kan worden verlaagd indien de vermogenspositie zodanig is dat er geen noodzaak is tot het verstrekken van het (gehele) bedrag, rekening houdend met toekomstige uitgaven, die niet ongebruikelijk zijn met het oog op de activiteiten van de WMO-raad. De gemeente stelt vergaderruimte beschikbaar ten behoeve van het naar behoren kunnen functioneren van de WMO-raad en de werkgroepen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel