Burgemeester en wethouders stellen aan de WMO-raad zodanige
financiële middelen ter beschikking dat de WMO-raad redelijkerwijze
in staat kan worden geacht om in het kader van de uitvoering van
deze verordening de belangen te behartigen van de in de in deze
verordening genoemde personen en groeperingen en het college en raad
op dat gebied te adviseren.
De financiële middelen als bedoeld in het eerste lid worden
jaarlijks voor de bekostiging van de taken als bedoeld in artikel 2
aan de WMO-raad verleend.
Het bestuur van de WMO-raad dient jaarlijks een begroting in; de
vaststelling van de bekostiging gebeurt op basis van een
jaarrekening. Niet bestede middelen worden door het bestuur van de
WMO-raad toegevoegd aan de reserve.
Het ter bekostiging te verlenen bedrag kan worden verlaagd indien de
vermogenspositie zodanig is dat er geen noodzaak is tot het
verstrekken van het (gehele) bedrag, rekening houdend met
toekomstige uitgaven, die niet ongebruikelijk zijn met het oog op de
activiteiten van de WMO-raad.
De gemeente stelt vergaderruimte beschikbaar ten behoeve van het
naar behoren kunnen functioneren van de WMO-raad en de
werkgroepen.
Artikel 5
Faciliteiten
Onderdeel van Verordening clëntenparticipatie Wet maatschappelijke ondersteuning en Wet werk en bijstand