Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 39

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2014

1 Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. 2 De vragen worden bij het college van B&W ingediend en in afschrift aan de raadsgriffie verstuurd. 3 Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4 De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college aan de leden van de raad medegedeeld. 5 De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Rechtspraak bij dit artikel