Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 40

Vragenhalfuur

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2014

1 Aan het begin van de vergadering van de raad vindt het zogenaamde vragenhalfuur plaats, tenzij er bij de vicevoorzitter van de raad geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het raadspresidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter van de raad bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt. 2 Het lid van de raad, dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp, voor 09.00 uur op de dag voor de raadsvergadering bij de griffie; de griffie zendt de vragen ter voorbereiding van de beantwoording door naar het college van burgemeester en wethouders. 3 De vicevoorzitter van de raad bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld. Vragen worden slechts toegelaten tot het vragenhalfuur indien schriftelijk, volledig, politiek actueel, kort en bondig geformuleerd. 4 De vicevoorzitter van de raad bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. 5 Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 6 Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7 Vervolgens kan de vicevoorzitter van de raad aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8 Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Rechtspraak bij dit artikel