1.. Het college stelt de vordering, met inbegrip van de eventueel al in rekening gebrachte wettelijke

rente en de invorderingskosten, buiten (verdere) invordering indien de belanghebbende gedurende

een aaneen gesloten periode van vijf jaar geen betalingen (meer) heeft verricht en het aantoonbaar

niet aannemelijk is dat hij deze op afzienbare termijn alsnog zal gaan verrichten.

2.. Het college stelt de vordering dan wel de boete buiten (verdere) invordering indien deze niet langer

juridisch afdwingbaar is.

3.. Het college stelt de boete, met inbegrip van de eventueel al in rekening gebrachte

wettelijke rente en de invorderingskosten, buiten (verdere) invordering indien de belanghebbende

gedurende een aaneengesloten periode van 10 jaar in zijn geheel geen betalingen (meer) heeft

verricht wegens andere redenen dan het hebben van aflossingsverplichtingen ten behoeve van

andere bestuurlijke vorderingen en/of boetes, en aantoonbaar niet aannemelijk is dat hij deze

op enig moment alsnog zal gaan verrichten.

4.. Het college maakt gebruik van haar bevoegdheid ingevolge artikel 58, zevende lid onder c

van de wet voor zover het niet (meer) verrichten van aflossingen het gevolg is van andere

redenen dan het hebben van lopende aflossingsverplichtingen ten behoeve van andere bestuurlijke

vorderingen en/of boetes.