Elke fractie beschikt over een bankrekening die op naam van de
fractie is gesteld, waarop uitsluitend als inkomende geldstroom
de in artikel 7 bedoelde tegemoetkoming en als uitgaande
geldstroom de besteding daarvan plaatsvindt.
Binnen drie maanden na afloop van een kalenderjaar legt elke
fractie aan de raad rekening en verantwoording af over de
besteding van de in artikel 7 bedoelde tegemoetkoming, onder
overlegging van een verslag. De commissie belast met de controle
besteding fractievergoeding zoals genoemd in artikel 10.1 kan op
verzoek van een fractie besluiten een maand uitstel te
verlenen.
Dit verslag mag zowel op kasbasis als volgens een stelsel van
lasten en baten worden opgesteld. Het verslag vermeldt in elk
geval:
de beginstand van de bank- of girorekening;
de ontvangen tegemoetkoming;
de besteding van de tegemoetkoming gespecificeerd naar
de categorieën, zoals genoemd in artikel 8, eerste lid,
onder a tot en met f;
eindstand van de bank- of girorekening.
In een kalenderjaar waarin raadsverkiezingen plaatsvinden, wordt
aan de in het tweede lid bedoelde verantwoording eveneens de
verantwoording toegevoegd over de dagen tot de
installatievergadering van de nieuwe raad.
De fractie kan een deel van de tegemoetkoming reserveren voor
besteding in een volgend jaar binnen dezelfde raadsperiode. De
reserve is niet groter dan 30% van de in artikel 7 genoemde
tegemoetkoming. Een beroep op de opgebouwde reserve komt tot
uitdrukking in de in het tweede lid bedoelde
verantwoording.
Bij het verslag wordt een verklaring van de fractie over de
juistheid van de overgelegde gegevens gevoegd. Deze verklaring
wordt ondertekend door de fractievoorzitter en de
penningmeester. Deze functies zijn niet in één persoon verenigd.
Elke uitgave is onderbouwd met een document (kassabon, rekening)
met daarop vermeld de reden van uitgave.
Vervallen
Tegemoetkomingen die op de dag voorafgaand aan de installatie
van de nieuwe raad nog niet zijn besteed worden binnen drie
maanden na deze datum door de fractie aan de gemeente
terugbetaald.
Indien een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te
bestaan is de fractie verplicht binnen drie maanden:
een eindverantwoording in te dienen over de besteding
van de fractievergoeding;
het niet bestede bedrag van de tegemoetkoming aan de
gemeente terug te betalen.
Hoofdstuk
Artikel 9: