Een fractie ontvangt een tegemoetkoming in de kosten die zij maakt ten dienste van de uitoefening van het raadslidmaatschap door haar leden.
De tegemoetkoming bestaat per kalenderjaar uit een vast deel dat gelijk is voor elke fractie.
De vaste vergoeding wordt verdeeld over het aantal fracties dat bij aanvang van de nieuwe raadsperiode is geïnstalleerd. In een verkiezingsjaar wordt de vergoeding berekend naar het aantal kalenderdagen dat een fractie in de raad aanwezig is.
Bij een splitsing van een fractie blijft de vaste vergoeding per fractie toegekend aan de fractie die deze vergoeding bij aanvang van de nieuwe raadsperiode heeft ontvangen.
Verder ontvangt een fractie per kalenderjaar een tegemoetkoming per lid van de fractie, waarbij deze tegemoetkoming in een verkiezingsjaar wordt berekend naar het aantal kalenderdagen dat een raadslid in de raad aanwezig is.
De tegemoetkoming per lid van de fractie wordt bepaald op 1 januari van een kalenderjaar en in een verkiezingsjaar op de dag van de installatie van de nieuwe raad.
De hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in het tweede en vijfde lid, is opgenomen in de tabel die als bijlage aan deze verordening is toegevoegd.
Sluit in de loop van een kalenderjaar een lid van een fractie zich aan bij een andere fractie, dan wordt hij, na mededeling hiervan aan de voorzitter van de raad, voor de toepassing van deze verordening geacht met ingang van het eerstvolgende kalenderjaar deel uit te maken van die andere fractie.
De vergoeding wordt jaarlijks in twee delen aan de fractie uitgekeerd, te weten de eerste helft in januari en de tweede helft nadat de verantwoording over het voorgaande kalenderjaar is goedgekeurd.
In een verkiezingsjaar wordt in januari de volledige vergoeding tot aan de verkiezingsdatum uitgekeerd en ontvangen de fracties vanaf de installatiedatum van de nieuwe raad de volledige vergoeding voor het resterende deel van het kalenderjaar.
Hoofdstuk
Artikel 7: