Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8:

Bestedingsdoelen van fractievergoedingen en uitsluitingen

Onderdeel van Verordening geldelijke voorzieningen voor raadsleden, steunfractieleden, commissieleden en fracties in de gemeente Zaanstad 2014

Fracties besteden de tegemoetkoming zodanig dat hun kaderstellende en controlerende rol wordt versterkt. Bestedingsdoelen zijn: personele kosten, zoals salariskosten, kosten van reguliere inhuur of vrijwilligersbijdragen ter ondersteuning bij algemene dagelijkse werkzaamheden; kosten van onderzoek (waaronder inhuur) en activiteiten die verband houden met een beleidsonderwerp of agendapunt van de raad; bureaukosten, zoals kantoor- en vergaderbenodigdheden; administratiekosten, zoals bankkosten en notariële kosten; kosten voor fractieontwikkeling, zoals scholing fractieleden of groepstrainingen voor de fractie; representatiekosten (bijv. kleine geschenken, vergoeding parkeerkosten gasten); Ten aanzien van de tegemoetkoming zijn de navolgende bestedingen uitgesloten: bestedingen die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen; besteding aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd t.b.v. de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie; bestedingen in verband met het inrichten en onderhouden van een website die aan de politieke partij van een fractie is verbonden; giften en leningen; bestedingen die betaald dienen te worden uit vergoedingen die de leden volgens het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen; bestedingen aan raadsleden of bedrijven van raadsleden voor werkzaamheden die zij als beleidsmedewerker of anderszins in opdracht van een fractie verrichten; uitgaven ten behoeve van (her)verkiezing van raadsleden; buitenlandse reizen; (juridische) bijstand in geschillen. de kosten van het permanent beschikbaar hebben van een ruimte voor de fractie buiten het stadhuis. Dit is niet van toepassing op aantoonbare, voor 1 november 2014 aangegane verplichtingen, tot het moment dat deze hadden kunnen worden opgezegd.

Rechtspraak bij dit artikel