In deze verordening (en de daarop berustende bepalingen) wordt verstaan onder:
gemeentelijke planologische besluiten:
structuurvisie op grond van artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro);
bestemmingsplannen op grond van artikel 3.1 van de Wro, inclusief de wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden, bedoeld in artikel 3.6 van de Wro;
omgevingsvergunningen waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), wordt afgeweken van een bestemmingsplan of een beheersverordening;
omgevingsvergunningen die niet afwijken van een bestemmingsplan of een beheersverordening maar die in strijd zijn met een exploitatieplan, algemene regels op grond van de artikelen 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wro, of een voorbereidingsbesluit waarin op basis van artikel 3.7, vierde lid, van de Wro gebruiksvoorschriften zijn opgenomen;
projectuitvoeringsbesluiten die zijn gebaseerd op afdeling 6 van de Crisis en herstelwet (Chw) waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 3°, van de Wabo wordt afgeweken van een bestemmingsplan of een beheersverordening;
projectuitvoeringsbesluiten die zijn gebaseerd op afdeling 6 van de Chw die niet afwijken van een bestemmingsplan of een beheersverordening maar die in strijd zijn met een exploitatieplan, algemene regels op grond van de artikelen 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wro, of een voorbereidingsbesluit waarin op basis van artikel 3.7, vierde lid, van de Wro gebruiksvoorschriften zijn opgenomen;
grondwaterbeschermingszone: gebied dat in de Provinciale milieuverordening Utrecht 2013 is aangewezen ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning;
inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer en artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
kwaliteitscriteria: landelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering door gemeenten en waterschappen van vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken (VTH-taken), bedoeld als toetsingskader voor horizontale verantwoording; ze vormen tevens de basis voor interbestuurlijk toezicht door de provincie.
Hoofdstuk
Artikel 1