• - Een bestuurder onthoudt zich van beledigingen, laster, leugens en andere persoonlijk grievende uitspraken in woord en geschrift.
  • - Een bestuurder tast de persoonlijke integriteit van een andere bestuurder niet aan zonder een gedegen onderbouwing.
  • - Een bestuurder tast de persoonlijke integriteit van een medewerker uit de ambtelijke organisatie niet aan zonder een gedegen onderbouwing, maar respecteert zijn positie.