**1..** Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
gemeentesecretaris, die door de raad is aangewezen tot lid van het
algemeen bestuur van een openbaar lichaam, een gemeenschappelijk
orgaan ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen
of een orgaan van een andere organisatie of institutie, kan in de
Politieke Avond verslag doen over zaken die in het betrokken orgaan
aan de orde zijn of zijn geweest.
**2..** De in het eerste lid bedoelde persoon heeft daarnaast het recht om
in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken
òf voor het sluiten van de vergadering van de raad verslag te doen
over zaken die in het algemeen bestuur of gemeenschappelijk orgaan
of een orgaan van een andere organisatie of institutie aan de orde
zijnof zijn geweest. Door de raad
gewenste bespreking van dit verslag kan op voorstel van de
voorzitter worden verwezen naar de Politieke Avond.
**3..** Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
lid, schriftelijke vragen stellen over het door hem als zodanig
gevoerde bestuur. Artikel 41 is van overeenkomstige toepassing.
**4..** Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
lid ter verantwoording wenst te roepen, besluit de raad over het
toestaan daarvan. Artikel 40 is van overeenkomstige
toepassing.