**1..** Het bestuur kan aan de personen bedoeld in artikel 1 lid 2 g, een proefplaatsing aanbieden, gericht op arbeidsinschakeling.
**2..** De proefplaatsing heeft als doel de belanghebbende, met behoud van uitkering, te laten wennen aan aspecten die samenhangen met het verrichten van betaalde arbeid.
**3..** De duur van de proefplaatsing wordt bepaald door de noodzaak; de noodzaak wordt minimaal eens per 12 maanden geëvalueerd.
**4..** Deze voorziening kan ingezet worden wanneer door het bestuur aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op korte of (middel) lange termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk.
**5..** Het bestuur plaatst de persoon alleen indien door zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt.
**6..** In een schriftelijke overeenkomst worden t enminste vastgelegd het doel van de proefplaatsing, de duur van de proefplaatsing, het aantal te werken uren per week en de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.
**7..** Voor een proefplaatsing kan van de instelling of het bedrijf een vergoeding worden gevraagd.
**8..** Het bestuur zorgt voor een schriftelijke verklaring van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging van het betreffende bedrijf of instelling, dat er door de plaatsing geen verdringing plaatsvindt.
**9..** Het bestuur kan in verband met het bepaalde in dit artikel beleidsregels vaststellen.