Vrijwilligerswerk met behoud van uitkering kan een nuttig instrument zijn om werkritme op te doen of te laten behouden. Het kan worden ingezet als uitstroom naar algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is, of als dat pas op middellange of lange termijn te realiseren is. Er is bewust voor gekozen om geen exacte termijnen te noemen voor dit arbeidsperspectief. Niet alleen zou dat ten onrechte de suggestie wekken dat dat altijd vooraf exact vast te stellen is, het arbeidsperspectief is ook niet alleen afhankelijk van in de persoon gelegen omstandigheden. Ook een veranderende arbeidsmarkt maakt dat de het arbeidsperspectief wijzigt. Er wordt uitgegaan van de volgende termijnen:
korte termijn: binnen een anderhalf jaar;
middellange termijn: tussen anderhalf en tweeënhalf jaar;
lange termijn: niet binnen tweeënhalf jaar.
Daarnaast worden nog groepen onderscheiden die direct kunnen uitstromen naar betaald werk, of bij wij wie er in het geheel geen arbeidsperspectief is. Niet alleen het arbeidsperspectief is bepalend voor de inzet van de re-integratievoorziening. Steeds geldt dat het nodig moet zijn, dat de kortste weg naar werk gevolgd wordt en dat het geïndiceerd is. Vrijwilligerswerk wordt alleen verricht bij organisaties die geen winstoogmerk hebben. Uit de definitie van vrijwilligerswerk in artikel 1 onder o. volgt bovendien dat het moet gaan om maatschappelijk nuttige activiteiten. Er is van afgezien om een maximale duur vast te stellen, om ervoor te zorgen dat het instrument ingezet kan worden voor degenen voor wie uitstroom naar betaald werk niet mogelijk is, en voor wie het vrijwilligerswerk zelfstandige maatschappelijke participatie als doel heeft. Als vrijwilligerswerk een onderdeel van een traject naar betaald werk is, wordt de duur beperkt doordat een traject van beperkte duur is.