Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende
specifieke richtlijnen:
De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen
één
rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste
condities;
Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente
kortlopende middelenaantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4
lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden,tenzij de toezichthouder
ontheffing heeft verleend;
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen
zijn daggeld,kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening
courant;
Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een
periode korter dan één jaar zijn: rekening-courant, daggeld
(callgeld), spaarrekeningen en deposito’s;
Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts
de in artikel 6 genoemdetegenpartijen toegestaan;
De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 3 instellingen alvorens
middelen wordenaangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan
één jaar.
Administratieve organisatie en interne
controle