Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1

Beleidsregels kruimellijst

Onderdeel van Beleidsregels artikel 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

De beleidsregels gaan in op de zogenaamde kruimelgevallen, waarvoor burgemeester en wethouders met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° Wabo omgevingsvergunning met afwijking van het geldende bestemmingsplan kunnen verlenen. Deze beleidsregels geven een nadere uitwerking van een aantal van de in artikel 4 bijlage II Bor geboden afwijkingsmogelijkheden, met name door het stellen van criteria, zoals maximale oppervlakten en bouwhoogtes. Kaderstellend voor het beleid voor toepassing van artikel 2.12 Wabo van de gemeente Bronckhorst zijn: de toepassingsmogelijkheden genoemd in artikel 2.7 Bor jo artikel 4 bijlage II Bor en daaraan gekoppelde criteria; de mogelijkheden in geactualiseerde bestemmingsplannen die na 1 juli 2008 als ontwerp ter visie zijn gelegd. Het verlenen van een omgevingsvergunning is geen verplichting maar een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Dat wil zeggen dat burgemeester en wethouders, ook al is een bouwplan in overeenstemming met de beleidsregels, een omgevingsvergunning kunnen weigeren, mits deze weigering gemotiveerd is. Een aspect dat daarbij ook een rol kan spelen is de mogelijkheid van planschade in verband met een afwijking voor gebruik van gronden en gebouwen (art. 4, lid 8 t/m 10 Bijlage II Bor) en de bereidheid van initiatiefnemer om daar al dan niet een planschadeovereenkomst voor te sluiten. Daarmee is niet gezegd dat een planschadeovereenkomst standaard is bij deze afwijkingen, maar bij de beoordeling van medewerking aan gevoelige of ingrijpende situaties kan dit wel worden meegewogen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel