Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende
specifieke richtlijnen:
de gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten
binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste
condities welke voldoet aan de in artikel 6 lid 1 gestelde
eisen;
indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente
kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt -conform artikel
4 lid 1- de kasgeldlimiet niet overschreden;
toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende
middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op
rekening courant;
toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een
periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld,
spaarrekeningen, deposito’s, commercial papers en certificates
of deposit. De instrumenten dienen te voldoen aan artikel 5 lid
1;
het is niet toegestaan om middelen aan te trekken enkel met doel
deze middelen uit te zetten teneinde een hoger rendement te
verkrijgen.
de gemeente vraagt bij ten minste 1 onderneming een offerte op
alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een
looptijd korter dan één jaar.