Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene
uitgangspunten:
De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de
‘publieke taak’ uitsluitend verstrekken binnen de uitgangspunten
van risicobeheer zoals deze blijken uit artikel 6 lid 2. Voor de
vraag of sprake is van een ‘publieke taak’ zijn de
doelstellingen, zoals opgenomen in de programmabegroting,
bepalend.
De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de
treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter
hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door
het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze
uitzettingen wordt gewaarborgd door middel van de richtlijnen en
limieten van dit Treasurystatuut.
Het gebruik van derivaten is toegestaan maar deze worden
uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s.
Alvorens een derivatentransactie wordt afgesloten wint de
gemeente het advies in van een externe onafhankelijke
adviseur.