Onder inleenvergoeding wordt verstaan: het bedrag dat de inlener aan de uitvoerder betaalt als vergoeding voor de werkzaamheden die de werknemer voor hem verricht.
Het college stelt de inleenvergoeding steeds voor een jaar vast op basis van de verdiencapaciteit van de werknemer.
De inleenvergoeding wordt uitgedrukt als percentage van de bruto loonkosten.
De minimale inleenvergoeding bedraagt 25% van de bruto loonkosten.
Het percentage van de bruto loonkosten dat de inlener als vergoeding betaalt is gelijk aan het percentage verdiencapaciteit van de klant. Een verdiencapaciteit van bijvoorbeeld 40% leidt tot een inleenvergoeding van 40% van de bruto loonkosten.
Loonkostensubsidies al dan niet op basis van verdiencapaciteit
(uitwerking artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van de Re-integratieverordening)