**1..** Het is rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren:
in een rietkraag of op een afstand van minder dan vijf meter vanuit de rietkraag;
zoals bepaald in de nadere regels conform de artikelen 3.1.1 en 3.4.1;
op een afstand van minder dan vijf meter vanuit een in de artikelen 3.1.1 en 3.4.1 aangewezen oever.
**2..** Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren anders dan gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een permanent recreatief verblijf op of in de omgeving van het vaartuig.
**3..** Het college kan van het in het eerste en tweede lid gestelde ontheffing verlenen.
Hoofdstuk 2 › § 2.2
Artikel 2.2.4
Ankeren
Onderdeel van Verordening havens en overige wateren gemeente Súdwest-Fryslan