Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid van artikelen 2.2.1 en 2.2.2 is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee op een plaats aan te leggen, als het college hem schriftelijk heeft meegedeeld dat zij het, met het oog op de verdeling van de beschikbare aanlegplaatsen, onaanvaardbaar acht dat de rechthebbende daar nog langer aanlegt.
Hoofdstuk 2 › § 2.2
Artikel 2.2.3
Aanlegexces
Onderdeel van Verordening havens en overige wateren gemeente Súdwest-Fryslan