Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling V:

Artikel 7.

Inhoud exploitatieovereenkomst

Onderdeel van Exploitatieverordening Maastricht 2003

In dit artikel wordt ervan uitgegaan dat, in navolging van het reeds genomen kostenverhaalsbesluit, het sluiten van een exploitatieovereenkomst als eerste en centrale methode van kostenverhaal is aan te merken. Benadruk wordt dat het sluiten van een exploitatieovereenkomst – evenals iedere andere overeenkomst – is gebaseerd op wilsovereenstemming. Dit betekent, dat een exploitant niet kan worden verplicht tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst. De bevoegdheid tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst ligt, ingevolge artikel 160, eerste lid onder e van de (herziene) Gemeentewet, bij burgemeester en wethouders. In dit kader wordt voorts verwezen naar artikel 169, vierde lid van de (herziene) Gemeentewet: burgemeester en wethouders dienen de raad vooraf in te lichten over de uitoefening van de bevoegdheid tot het aangaan van een overeenkomst, in het geval de raad daarom verzoekt of indien het aangaan van die overeenkomst ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In dit laatste geval nemen burgemeester en wethouders geen besluit dan nadat de raad zijn wensen en bedenkingen terzake aan burgemeester en wethouders ter kennis heeft kunnen brengen. Hoewel de kostenbegroting later kan worden vastgesteld, dient in alle gevallen de in een overeenkomst opgenomen exploitatiebijdrage te worden vastgesteld op basis van de kostenbegroting. Om deze reden is in artikel 7, tweede lid bepaald dat burgemeester en wethouders pas kunnen besluiten tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst, nadat de desbetreffende kostenbegroting is vastgesteld. De vaststelling van de kostenbegroting geschiedt, als onderdeel van het kostenverhaalsbesluit, door de gemeenteraad. Gezien het bepaalde in artikel 10, eerste lid van de Exploitatieverordening geldt deze voorwaarde ook ingeval de overeenkomst totstandkomt op basis van een aanvraag, met dien verstande dat ingeval er sprake is van een aanvraag, de kostenbegroting dan wordt vastgesteld door burgemeester en wethouders. Indien wordt overgegaan tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst, bevat artikel 7 een aantal voorwaarden waaraan deze overeenkomst in alle gevallen moet voldoen. Naast de vaststelling van een financiële bijdrage is in voorkomende gevallen de bepaling opgenomen dat gronden die bestemd zijn als ondergrond voor voorzieningen van openbaar nut, via deze overeenkomst worden afgestaan aan de gemeente. In de situatie dat er sprake is van een overdracht van gronden, is in het eerste lid de bepaling opgenomen dat van de overeenkomst een notariële akte wordt opgemaakt. In het vierde lid zijn aanvullende bepalingen opgenomen, die kunnen worden toegepast indien de werken geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd door de particuliere exploitant.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel