Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling V:

Artikel 8.

Vaststelling exploitatiebijdrage

Onderdeel van Exploitatieverordening Maastricht 2003

Essentieel bij de vaststelling van de financiële bijdrage is het feit dat overeenkomstig artikel 5, tweede lid de kostentoerekening is opgesteld, met het uitgangspunt dat het totale exploitatiegebied door de gemeente in zijn geheel in exploitatie zal worden gebracht. Dit betekent, dat in de kostenbegroting gerekend wordt met een gemiddelde prijs van de inbrengwaarde van alle gronden (ook die van de particuliere eigenaren). Op deze wijze komt een gemiddelde kostprijs tot stand, die daarna – waar nodig – zal worden gecorrigeerd voor verschillen in ligging, enzovoort. Het zal duidelijk zijn dat de particuliere exploitant op deze prijs de waarde van de hem toebehorende gronden (zowel ten behoeve van de exploitatie als ten behoeve van de aanleg van voorzieningen van openbaar nut) in mindering zal mogen brengen. Omdat deze vermindering kan afwijken van de eerdergenoemde gemiddelde grondinbrengprijs, is een regeling nodig voor bindende vaststelling van deze inbrengwaarde. In het derde lid is bepaald op welke wijze de financiële bijdrage wordt vastgesteld, indien de exploitant overgaat tot het geheel of gedeeltelijk zelf uitvoeren van voorzieningen van openbaar nut. In een dergelijke situatie blijft de financiële bijdrage in de regel beperkt tot de kosten die de gemeente maakt of zal maken in verband met de planuitvoering, -voorbereiding, -beheer en -toezicht, maar ook met betrekking tot voorzieningen die voor het totale plan gelden danwel een bovenwijks karakter hebben. De omslag van deze voor rekening van de gemeente blijvende kosten vindt plaats overeenkomstig de in artikel 5 en 6 beschreven methode, onder verrekening van de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van exploitant behorende gronden. Daarnaast vindt een vermindering plaats van de daarin opgenomen kosten voor voorzieningen, voorzover deze voorzieningen door de exploitant worden gerealiseerd. Als gevolg van de het bepaalde in artikel 5, vierde en vijfde lid dient de wijze van berekening van de exploitatiebijdrage in die situaties dienovereenkomstig te worden aangepast. Aan artikel 8 is een vierde lid toegevoegd, waarin is bepaald dat, indien de in artikel 5, vierde en/of vijfde lid beschreven situatie toepassing heeft verkregen, de wijze van berekening van de bijdrage wordt gehandhaafd, met dien verstande dat de correctie van de inbrengwaarde is beperkt tot de gronden die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen en door de exploitant aan de gemeente in eigendom worden afgestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel