Naar hoofdinhoud

hoofdstuk 2

Artikel 4

Procedure

Onderdeel van Referendumverordening gemeente Renswoude 2006

1.. De raad stelt tenminste tien weken voor het te houden referendum met inachtnemening van het bepaalde in deze verordening en, indien van toepassing, gelet op het advies van de commissie als bedoeld in lid 2, de datum en de formulering van de vraagstelling van het te houden referendum vast. De datum waarop het referendum plaatsvindt ligt binnen vijf maanden na de dag waarop de raad heeft besloten tot het houden van het referendum. 2.. De raad kan zich ter voorbereiding van het referendum laten adviseren door een hiertoe door hem in te stellen commissie van ten hoogste vijf leden. 3.. De raad kan de in het tweede lid bedoelde commissie in ieder geval advies vragen over: de formulering van de vraagstelling van het referendum; de wijze waarop gestemd wordt; de wijze waarop van gemeentezijde voorlichting over het referendum wordt verstrekt; organisatorische kwesties. 4.. In het referendum wordt van de kiesgerechtigden een oordeel gevraagd over de vraagstelling, waarbij afhankelijk van de vraagstelling de mogelijkheid wordt geboden om: vóór of tegen het voorstel te stemmen; een keuze te maken uit verschillende aangedragen oplossingen of oplossingsrichtingen; een combinatie van de mogelijkheid genoemd onder a en b. 5.. De raad stelt nadat hij besloten heeft om een referendum te houden tevens een budget beschikbaar voor voorlichting en organisatie van het referendum. 6.. Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van het besluit van de gemeenteraad tot het houden van een referendum. Burgemeester en wethouders regelen de bestuurlijke en ambtelijke coördinatie.

Rechtspraak bij dit artikel