Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 15.

Zeer ernstige misdragingen

Onderdeel van Afstemmings- en fraudeverordening Wet werk en bijstand 2010

1.Als de belanghebbende zich tegenover het college of zijn ambtenaren zeer ernstig misdraagt als bedoeld in artikel 18, eerste lid van de wet, wordt een maatregel opgelegd van 40% van de bijstandsnorm. De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een maand. Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan, indien sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige misdragingen is gegeven. 4.In afwijking van het eerste lid kan een maatregel worden opgelegd van 100 procent van de bijstandsnorm, indien binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel als bedoeld in het eerste lid, is opgelegd, sprake is van eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien met uitzondering van het gestelde in artikel 6, eerste lid, onder a.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel