Naar hoofdinhoud
Dit artikel bepaalt dat, indien er geen ‘urgente en zwaarwegende planologische belangen’zijn, een omgevingsvergunning waarvan geen gebruik is gemaakt na 104 weken na hetonherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning, wordt ingetrokken. Determijn van 104 weken is tot stand gekomen, rekeninghoudend met diverse aspecten dieinvloed kunnen hebben op de uitvoering van de activiteiten. Hierbij kan worden gedacht aan: o De planning van de bouw (moment vergunningverlening, aanvraag offertes, de keuze van en de planning van de aannemer); o Vertragende omstandigheden als het weer en persoonlijke gebeurtenissen; Sub e en f van dit artikel bieden de mogelijkheid om in concrete gevallen een ruimere termijnte bieden met een maximum van 156 weken.

Rechtspraak bij dit artikel