Naar hoofdinhoud
Dit artikel bepaalt dat een omgevingsvergunning, waarbij de activiteit gedurende 26 wekenaaneengesloten heeft stilgelegen, wordt ingetrokken. De termijn start op het moment van deconstatering dat de activiteit stilligt. De termijn die hier wordt gehanteerd is aanzienlijk korter dan bij het uitblijven van deaanvang van de activiteit. Reden hiervoor is dat wanneer wordt geconstateerd dat deuitvoering stilligt er al een aanzienlijke periode is verstreken vanaf het onherroepelijk wordenvan de omgevingsvergunning. Daarnaast zijn niet voltooide bouwwerken e.d. bouwkundig enruimtelijk ongewenst. Het komt de bouw en het bouwwerk niet ten goede wanneer deconstructie en bouwelementen langdurig in ‘weer en wind’ liggen. Ten aanzien van hetstraatbeeld is een gebouw in aanbouw niet wenselijk. In een nieuwbouwwijk kan dit tevensongewenstegevolgen hebben gezien de fasering en inrichting van het openbaar terrein zoals destraatinrichting. Sub d en e van dit artikel bieden de mogelijkheid om in concrete gevallen een ruimeretermijn te bieden met een maximum van 104 weken.

Rechtspraak bij dit artikel