**1..** een verzoek in inschrijving als woningzoekende richt men door middel van een daartoe bestemd formulier aan de burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende bewijsstukken:
van alle leden van het huishouden, met uitzondering van inwonende kinderen, pleegkinderen en kleinkinderen jonger dan 27:
- een kopie van de aanslag in de inkomstenbelasting over het voorgaande jaar;
- wanneer geen aanslag in de inkomstenbelasting is opgelegd: een IB-60 formulier of een copie van de laatste jaaropgave van de werkgever(s) of uitkeringsinstantie(s);
- een recente uitkerings- of salarisstrook;
bij een eigen woning:
- een recent schuldoverzicht van de hypotheekinstantie:
- bij twijfel over de verkoopwaarde kan om een taxatierapport van een beëdigd taxateur worden gevraagd;
bij het bestaan van een maatschappelijke binding: uittreksels uit het persoonsregister of verklaringen van overige regiogemeenten waar men heeft gewoond, waaruit de maatschappelijke binding aan de regio blijkt;
bij ontbreken van een maatschappelijke binding: een werkgeversverklaring dan wel een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel dan wel een verklaring van de onderwijsinstelling, waaruit een economische binding aan de regio blijkt.
als de verzoeker behoort tot de in artikel 5, lid van het besluit genoemde beschermde groepen: een stuk waaruit blijkt dat de verzoeker behoort tot de in artikel 5, lid van het besluit genoemde beschermde groepen.
**2..** Wanneer op grond van bovengenoemde gegevens de inkomens- en vermogenspositie onvoldoende duidelijk wordt, kunnen burgemeester en wethouders om aanvullende gegevens verzoeken.
**3..** Als inschrijvingsdatum geldt het moment waarop alle voor de beoordeling van de aanvraag benodigde gegevens zijn ingediend.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.2
Verzoek om inschrijving
Onderdeel van Huisvestingsverordening 1995