Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.3

Bewijs van inschrijving

Onderdeel van Huisvestingsverordening 1995

1.. Burgemeester en wethouders verstrekken aan de in het register ingeschreven woningzoekenden een bewijs van inschrijving, waarop minimaal de volgende gegevens worden vermeld: - registratienummer; - naam van de aanvrager en van alle meeverhuizende personen; - adresgegevens; - geboortedata; - inkomens- en eventueel vermogensgegevens; - urgentiegegevens; - datum inschrijving; - doorstroomgegevens 2.. De inschrijving geldt als een verklaring dat de ingeschrevene op termijn voor woonruimte in aanmerking komt. 3.. Het bewijs van inschrijving blijft, behoudens het in het vierde en vijfde lid gestelde, 1 jaar geldig. 4.. De inschrijving in het register van woningzoekenden kan jaarlijks met een periode van 1 jaar verlengd worden, indien de woningzoekende uiterlijk 1 maand vóór het eindigen van de in het vorige lid bedoelde termijn daarom schriftelijk heeft verzocht via een daartoe bestemd formulier. 5.. Burgemeester en wethouders halen een inschrijving door, indien: de woningzoekende is verhuisd naar een passende zelfstandige woonruimte (deze woningzoekende kan zich dan wel opnieuw laten inschrijven); de woningzoekende niet meer aan de vereisten voor inschrijving voldoet; de woningzoekende daarom verzoekt; de woningzoekende tweemaal een passende woning heeft geweigerd om redenen die naar het oordeel van burgemeester en wethouders ongegrond zijn.

Rechtspraak bij dit artikel