Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.3

Criteria voor vergunningverlening

Onderdeel van Huisvestingsverordening 1995

Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt voldoet aan de eisen van paragraaf  2.4; bij huurwoningen: de woonruimte is op grond van paragraaf 2.5 passend voor het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt; bij huurwoningen: er is in het inschrijvingsregister geen andere huishouden ingeschreven dat gegadigde is voor de woonruimte en dat op grond van het urgentiestelsel eerder voor de woonruimte in aanmerking komt. Lid 1 sub c geldt niet indien zich een situatie voordoet als aangegeven in artikel 9 van het Huisvestingsbesluit (medehuurderschap en voorgenomen woningruil). In afwijking van het in het eerste lid bepaalde kan de huisvestingsvergunning eveneens verleend worden, indien de woonruimte voor het huishouden dat de vergunning aanvraagt, op grond van paragraaf 2.5 passende geacht wordt dan de huidige in de regio gelegen, toewijsbare woonruimte van het huishouden.

Rechtspraak bij dit artikel