De paragraaf betreffende het grondbeleid bevat ten minste:

a.een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de

programma’s die zijn opgenomen in de begroting;

  • - een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;
  • - een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;
  • - een onderbouwing van de geraamde winstneming;
  • - de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van de grondzaken.