Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 11.

Saldo- en liquiditeitenbeheer

Onderdeel van Treasurystatuut 2010

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: De gemeente streeft naar concentratie van de overtollige liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank als bedoeld onder artikel 10, lid 2. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt, conform artikel 4 lid 1, de kasgeldlimiet niet overschreden. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn: daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant. Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan een jaar zijn: rekening courant, daggeld, spaarrekeningen en deposito’s. Bij het extern uitzetten van gelden korter dan een jaar zijn slechts de in artikel 6 bedoelde tegenpartijen toegestaan. De gemeente vraagt offertes op bij voorkeur bij drie en minimaal bij twee financiële ondernemingen alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel