Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:

  • - De gemeente streeft naar concentratie van de overtollige liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank als bedoeld onder artikel 10, lid 2.
  • - Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt, conform artikel 4 lid 1, de kasgeldlimiet niet overschreden.
  • - Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn: daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant.
  • - Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan een jaar zijn: rekening courant, daggeld, spaarrekeningen en deposito’s.
  • - Bij het extern uitzetten van gelden korter dan een jaar zijn slechts de in artikel 6 bedoelde tegenpartijen toegestaan.
  • - De gemeente vraagt offertes op bij voorkeur bij drie en minimaal bij twee financiële ondernemingen alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar.