Het college legt, overeenkomstig deze verordening, een maatregel op, indien de belanghebbende naar het oordeel van het college de op hem rustende verplichtingen, bedoeld in:
artikel 13 IOAW of artikel 13 IOAZ, of
artikel 30c, tweede lid of derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of
hoofdstuk III van de IOAW of IOAZ, met uitzondering van het gestelde in artikel 37 lid 1 onder c IOAW of artikel 37 lid 1 onder c IOAZ onvoldoende of niet nakomt.
Het college legt, overeenkomstig deze verordening, een maatregel op, indien de belanghebbende, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de IOAW of IOAZ, zich jegens het college zeer ernstig misdraagt.
Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende en kan daarom afwijken van de in deze verordening genormeerde maatregelen.
Hoofdstuk
Artikel 2
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ gemeente Zwolle 2010