Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Het weigeren van de uitkering

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ gemeente Zwolle 2010

1.. Het college weigert, overeenkomstig deze verordening, de uitkering indien belanghebbende: door eigen toedoen een inkomen uit of in verband met arbeid is verloren en: aan de beëindiging van zijn diensbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; dan wel de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd; weigert hem aangeboden algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden; 2.. Het college weigert in afwijking van het gestelde in artikel 2 lid onder c de uitkering als er naar het oordeel van het college sprake is van het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid. 3.. Het niet voeren van verweer door de belanghebbende tegen of het instemmen van de belanghebbende met een beëindiging van de dienstbetrekking door of op verzoek van de werkgever leidt niet tot het weigeren van de uitkering op grond van het eerste lid. 4.. De duur van de weigering van de uitkering wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende en kan daarom afwijken van de in deze verordening genormeerde duur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel