Een aanvraag voor subsidie peuteropvang voor zowel lid 1 als 2 uit artikel 3 dient voor 1 september voorafgaand aan het jaar van uitvoering te worden ingediend. De aanvraag voor de periode 1 september 2014 tot 31 december 2014 dient vóór 15 juni 2014 te worden ingediend.
Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het vastgestelde aanvraagformulier.
Bij de aanvraag moet worden overlegd:
Naam en adresgegevens van de instelling en de locatie, inclusief Registratienummer LRKP.
Het aantal dagdelen peuteropvang per locatie.
Voor subsidie:
Het aantal reguliere peuters van niet-toeslagouders.
Het aantal doelgroeppeuters van niet-toeslagouders.
Het aantal doelgroeppeuters van toeslagouders die vóór indicatie minder dan vier dagdelen op verschillende dagen gebruik maakten van de opvang.
Het aantal doelgroeppeuters.
Bij een eerste subsidieaanvraag van een stichting/vereniging moet worden overlegd:
De statuten of het reglement van de instelling.
De bestuurssamenstelling.
De laatste jaarrekening en jaarverslag van de instelling.
Bij een eerste aanvraag van overige organisatievormen moet worden overlegd:
Een uittreksel van de Kamer van Koophandel.
De jaarrekening.
Een ingediende aanvraag wordt pas in behandeling genomen na het verstrijken van de gehanteerde uiterste indieningdatum.
Het college neemt voor 1 januari van het uitvoeringsjaar een besluit over de subsidieverlening. Voor de periode tot 31 december 2014 wordt voor 3 juli 2014 besloten.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4
De aanvraag
Onderdeel van Deelverordening Peuteropvang en voorschoolse educatie