Maandelijks dient de organisatie een overzicht in op basis van artikel 4 lid 3c. van het aantal peuters op de eerste dag van de maand. Indien in juni blijkt, dat het aantal geplaatste peuters meer dan 20% afwijkt dan vindt in overleg met de betrokken organisatie(s) een heroverweging van de subsidie plaats. Mocht de heroverweging leiden tot een wijziging in de subsidieverlening, dan ontvangt de organisatie een aanvullend besluit van het college.
Organisaties die 20% meer vraag hebben dan het aantal peuters waarvoor de subsidie is verleend, kunnen eerder extra subsidie aanvragen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 5
Tussentijdse aanpassingen
Onderdeel van Deelverordening Peuteropvang en voorschoolse educatie