Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 6

Bijzondere bepalingen en verplichtingen

Onderdeel van Deelverordening Peuteropvang en voorschoolse educatie

De aanvrager van een subsidie voor peuteropvang en/of voorschoolse educatie is de houder van een in het LRKP geregistreerd kindcentrum. De aanvrager van een subsidie voldoet aan de kwaliteitseisen van artikel 1.50.b van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (Staatsblad 2010 nr. 298) en aan de Regeling wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. De locatie waar de te subsidiëren activiteiten plaatsvinden dienen als VVE-voorziening in het LRKP geregistreerd te staan. De aanvrager: Werkt samen met het basisonderwijs, zodat een doorgaande leerlijn ontstaat. In ieder geval vindt afstemming plaats met die scholen waar (het merendeel van) de peuters naar toe gaat. Werkt met een kind-of ontwikkelvolgsysteem. Zorgt voor een overdracht van gegevens over de ontwikkeling van het kind bij de doorstroom naar het basisonderwijs. Zorgt voor een warme overdracht van gegevens over de ontwikkeling van doelgroeppeuters bij de doorstroom naar het basisonderwijs. Betrekt ouders en ondersteunt deze bij de opvoeding en het stimuleren van de ontwikkeling van hun kinderen. Werkt samen met het Centrum voor Jeugd en Gezin, inzake zorg. Signaleert en is aangesloten op de verwijsindex. Peuteropvang wordt uitgevoerd: Op 2 dagdelen van verschillende dagen per week 40 weken per jaar 3 uur per dagdeel In een groep van maximaal 14 peuters van 2,5 tot 4 jaar VVE wordt uitgevoerd: In de peuteropvang gedurende 4 dagdelen, of 3 als de locatie niet meer dan 3 dagdelen biedt, op verschillende dagen per week 40 weken per jaar 3 uur per dagdeel tenminste 10 uur per week Per groep van maximaal 14 peuters zijn twee gecertificeerde VVE-leidsters werkzaam. Er wordt gewerkt met een door het NJI erkend VVE programma. In de peuteropvang is sprake van tweetaligheid: Fries en Nederlands. De betrokken locatie moet in het bezit zijn van het certificaat 'pjutte-opfang foar meartalige ûntwikkeling' of bereid zijn om dit binnen 3 jaar te behalen. Een subsidieontvanger dient mee te werken aan: door, of namens de minister van VWS of OCW in te stellen onderzoek, dat is gericht op het verkrijgen van gegevens voor het beleid van rijk en gemeente. de subsidieverantwoording voor OCW.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel