Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 8

Subsidie peuteropvang

Onderdeel van Deelverordening Peuteropvang en voorschoolse educatie

1.. De aanvrager kan voor peuteropvang alleen subsidie ontvangen voor peuters van niet-toeslagouders. 2.. Bij de vaststelling van de subsidie is rekening gehouden met een ouderbijdrage die wordt geïnd door de aanbieder van peuteropvang. 3.. De ouderbijdrage is inkomensafhankelijk. Voor de berekening wordt de VNG-tabel tabel gehanteerd. De ouderbijdrage voor niet-toeslagouders is daarmee gelijk aan de bijdrage van toeslagouders. 4.. De ouderbijdrage wordt berekend over de maximale uurprijs die de rijksoverheid voor kinderopvang hanteert. 5.. Ouders betalen een maandelijkse bijdrage. Deze wordt jaarlijks bepaald op basis van de beschikbare opvanguren. Voor ouders die een deel van een jaar gebruik maken van de voorziening wordt de maandelijkse bijdrage berekend op het beschikbare aantal dagdelen in die periode. Deze werkwijze komt hiermee overeen met de werkwijze die aanbieders voor toeslagouders hanteren.

Rechtspraak bij dit artikel