Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 9

Subsidie VVE

Onderdeel van Deelverordening Peuteropvang en voorschoolse educatie

De subsidie VVE bestaat uit twee componenten: Voor de uitvoeringskosten van de eerste twee dagdelen Voor de uitvoeringskosten van het derde en vierde dagdeel Ad. a. De aanvrager kan voor de opvang van doelgroeppeuters van niet-toeslagouders subsidie ontvangen voor de eerste twee dagdelen. Bij de vaststelling van de subsidie is rekening gehouden met een ouderbijdrage die wordt geïnd door de aanbieder. De ouderbijdrage is inkomensafhankelijk. Voor de berekening wordt de VNG-tabel gehanteerd. De ouderbijdrage voor niet-toeslagouders is daarmee gelijk aan de bijdrage van toeslagouders. De ouderbijdrage wordt berekend over de maximale uurprijs die de rijksoverheid voor kinderopvang hanteert. Ouders betalen een maandelijkse bijdrage. Deze wordt jaarlijks bepaald op basis van de beschikbare opvanguren. Voor ouders die een deel van een jaar gebruik maken van de voorziening wordt de maandelijkse bijdrage over dat deel in rekening gebracht. De werkwijze komt hiermee overeen met de werkwijze die aanbieders voor toeslagouders hanteren. Ad b. Voor de vaststelling van de subsidie voor het derde en vierde dagdeel van doelgroeppeuters is sprake van de volgende twee situaties: 1.De peuter ging nog niet vier dagdelen op verschillende dagen naar de peuteropvang. De VVE indicatie leidt tot uitbreiding en extra kosten voor de ouder. Om de deelname van deze extra dagdelen te bevorderen, ontvangt de organisatie de maximale uurprijs voor 6 uur per week. Over deze uitbreiding van uren wordt geen ouderbijdrage geïnd. 2.De peuter ging al op vier dagdelen op verschillende dagen naar de peuteropvang. De VVE activiteiten vinden plaats binnen het contract dat de ouder al heeft en waar de ouder kinderopvangtoeslag voor krijgt. De ouder maakt dus geen extra kosten door de deelname aan de VVE. Voor deze peuter ontvangt de organisatie geen subsidie voor het derde en vierde dagdeel.

Rechtspraak bij dit artikel