Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.1

milieu

Onderdeel van Nota integrale handhaving 2014

Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV) De gemeente Oldebroek is per 1 juli aangesloten bij de ODNV. In 2012 heeft de gemeente besloten om het basistakenpakket (de complexe milieutaken) over te dragen en de overige taken in eigen beheer te houden. Voor het onderdeel milieuhandhaving betekent dit dat circa 1 fte aan toezichttaken overgedragen is aan de omgevingsdienst Noord-Veluwe. Personele consequenties heeft dit overigens niet gehad, dit is opgelost via bestaande vacatureruimte. Het door de omgevingsdienst uit te voeren takenpakket betreft overigens alleen het uitvoeren van het toezicht. De juridische afwikkeling blijft bij de gemeente. periodieke controles inrichtingen Beleidsmatig (beleidsnota actualisatie professionaliseringsdocument 2010) is vastgelegd dat de in de gemeente aanwezige milieu-inrichtingen periodiek gecontroleerd worden . De controlefrequentie is gebaseerd is op de milieubelasting van het bedrijf. Deze controlefrequentie is conform de Gelderse Maat, welke in heel Gelderland wordt toegepast en welke ten grondslag gelegen heeft aan het takenpakket van de omgevingsdiensten. Tijdens een uit te voeren bedrijfscontrole zal in beginsel op alle milieuaspecten gelet worden. Uit de probleemanalyse binnen deze beleidsnota vloeit voort dat bij de uit te voeren controles de volgende veelvoorkomende milieuproblemen zullen worden meegenomen: In zijn algemeenheid zal bij de controle specifieke aandacht besteed worden aan het bijhouden van logboeken, afvoerbonnen afvalstort en de keuringen van de diverse installaties. Bij controles van horecabedrijven en houtbewerkende bedrijven zal het aspect geluid bijzondere aandacht krijgen. Voor agrarische bedrijven geldt dit voor brandstoftanks en -leidingen. Gelet op de praktijkervaringen tot nog tot is er geen aanleiding om voor 2014 deze bijzondere aandachtspunten te wijzigen. De periodieke controles van de inrichtingen die vallen onder het basistakenpakket worden gedaan door de omgevingsdienst. De overige inrichtingen worden in eigen beheer gedaan. De juridische afwerking gebeurt in alle gevallen door de gemeente. De procedures worden gevoerd conform vastgestelde procesbeschrijvingen, protocollen en standaarden Resultaten 2013 Omtrent de door ODNV uitgevoerde controles zal de ODNV separaat verslag leggen. Dit verslag verschijnt uiterlijk 1 maart 2014. De verwachting is dat de controleresultaten van de ODNV niet substantieel afwijken van de in eigen beheer uitgevoerde controles. Voor de in eigen beheer uitgevoerde controles geldt het volgende. Er hebben 85 integrale controles plaatsgevonden. In 16 gevallen bleek er iets niet in orde. Dit is 19% van het totaal aantal gecontroleerde bedrijven. Om een beeld te krijgen van de hercontroles van de afgelopen jaren, zijn in onderstaande grafiek de percentages van de benodigde hercontroles naar aanleiding van reguliere controles in de periode 2004 tot en met 2012 weergegeven. integrale milieucontroles jaar 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 percentage hercontroles 45 50 43 36 15 19 23 24 27 19 Na een aantal jaren van kleine stijgingen, is er nu weer sprake van een daling en kan geconcludeerd worden dat ook in 2013 het naleefgedrag goed was. periodieke controles categorie 0-inrichtingen In voornoemde beleidsnota is opgenomen dat ook de zogenoemde categorie 0-inrichtingen periodiek gecontroleerd worden. Dit betreft percelen waar op dit moment geen milieu-inrichting aanwezig is, maar die wel de potentie hebben om uit te groeien tot een milieu-inrichtingen. Het gaat daarbij om percelen waar hobbymatige activiteiten plaatsvinden (bijvoorbeeld hobbyboeren) en percelen waar de oorspronkelijke milieuactiviteiten zijn gestaakt, maar waar de feitelijke omstandigheden nog aanwezig zijn die een herstart mogelijk maken. Het uitvoeren van periodieke controles bij categorie 0-inrichtingen is geen wettelijke taak. Binnen de gemeente werden deze controles tot op heden wel uitgevoerd, met als voornaamste argument dat zo de actualiteit van het inrichtingenbestand zo goed mogelijk gewaarborgd werd. In de praktijk van de afgelopen jaren is echter gebleken dat het rendement van deze controles niet erg hoog was. Overtredingen zijn nauwelijks geconstateerd. Bovendien werd vaak tegen onbegrip opgelopen, bijvoorbeeld als een inspecteur voor de zoveelste keer kwam kijken op een perceel waar al jaren geen milieuactiviteiten plaatsvonden. Dergelijke controles stralen een zekere mate van wantrouwen jegens de inwoners, hetgeen zich slecht verdraagt met de boodschap uit het in de inleiding genoemde motto: vertrouwen in de samenleving. Tot slot zijn andere methoden vaak effectiever dan het uitvoeren van periodieke controles om eventuele overtredingen op te sporen. Daarbij wordt gedoeld op klachten en meldingen van inwoners en ambtshalve constateringen tijdens andersoortige controles. Dit heeft er toe geleid dat besloten is om de categorie 0-inrichtingen niet meer periodiek te controleren. In 2013 hebben deze controles dan ook niet plaatsgevonden en ook in 2014 zullen de categorie 0-inrichtingen niet gecontroleerd worden, Bonus/malus Conform het gestelde in de nota zal ook in 2014 weer toepassing gegeven worden aan de bonus/malusregeling. Deze houdt in dat bij inrichtingen waar stelselmatig overtredingen plaatsvinden de controlefrequentie zal worden verhoogd (malusregeling) en bij inrichtingen waar overtredingen uitblijven de controlefrequentie zal worden verlaagd (bonusregeling). De stand van zaken per 31-12-2013 is dat 5 inrichtingen in aanmerking komen voor een bonus en geen enkel inrichting voor de malus. In het uitvoeringsprogramma is opgenomen dat in 2013 nader onderzocht zou worden of de bonus-malusregeling nader verfijnd kan worden, door de controlefrequentie van de bedrijven die nimmer de regels overtreden verder te verlagen, voor deze bedrijven een vorm van administratief toezicht in te voeren (conform het zgn. Boekelse model), dan wel een systeem van het toekennen van keurmerken in te voeren). Hieromtrent kan worden opgemerkt dat het gelet op de inspanningen die in 2013 besteed zijn aan de taakoverdracht naar de ODNV (een implementatie die doorloopt in 2014) en de in ontwikkeling zijnde landelijke handhavingsstrategie waarvan in 2014 zal blijken welke consequenties die heeft voor het gemeentelijk handhavingsbeleid, het niet wenselijk was om al in 2013 tot een beleidswijziging over te gaan. Dit aspect zal in 2014 verder bezien worden, mede in overleg met de ODNV voor die inrichtingen die onder de reikwijdte van de ODNV vallen. asbest De correcte verwijdering van asbest was, is en blijft landelijk een hoge prioriteit hebben. Ook in Oldebroek is ruimte begroot voor uitvoering van dit taakveld. Elke asbestverwijdering moet schriftelijk worden gemeld bij de gemeente. Daarin wordt o.a. aangegeven welke materialen er verwijderd worden en de hoeveelheid die verwijderd wordt. Ook wordt aangegeven wie het asbesthoudend materiaal gaat verwijderen en of hij gecertificeerd is om deze werkzaamheden uit te voeren. Wanneer de werkzaamheden zijn verricht en er een controle is uitgevoerd door een gecertificeerd laboratorium wordt er een vrijgave bewijs afgegeven. Daaruit moet blijken dat er geen asbest of asbestdeeltjes zijn achtergebleven in het gebouw. Tevens ontvangen wij een stortbon van het afgevoerd asbest. Daaruit blijkt welke hoeveelheid is afgevoerd en wie de ontvanger is. Ook wordt gecontroleerd of de afgevoerde hoeveelheid overeenkomt met de opgegeven hoeveelheid. Alle bovengenoemde punten worden in eerste instantie administratief gecontroleerd en indien nodig wordt er nadere informatie opgevraagd. Bij de uitvoering van de asbestsanering wordt er regelmatig fysiek gecontroleerd door de asbestinspecteur (in 2013 77 keer) Over 2013 was de verwachting dat er ongeveer 100 meldingen zouden worden ingediend, echter het werden er 170. Wanneer met name de woningbouwcorporaties de lijn van de te renoveren woningen naar 2014 doortrekken kunnen we ongeveer een zelfde aantal meldingen verwachten. Overtredingen worden op geen enkele wijze getolereerd. Waar nodig zal het bestuursrechtelijk handhavingsinstrumentarium worden ingezet. Procedures worden gevoerd conform vastgestelde procesbeschrijvingen, protocollen en standaarden. Van iedere overtreding zal melding gemaakt worden bij de politie en, bij verwijdering door een bedrijf, de arbeidsinspectie. In 2013 zijn 7 overtredingen geconstateerd. Het ging daarbij om veelal lichte administratieve overtredingen (geen meldingsnummer bijvoorbeeld of de sloopmelding niet aanwezig in de werkmap). Er is op het gebied van asbest 1 dwangmaatregel opgelegd. Algehele indruk is dat saneerders het als erg prettig ervaren dat wij als gemeente erg betrokken zijn bij de asbestsanering. Bij veel gemeenten is dat volgens hun namelijk niet zo. Saneerders en slopers zijn ook erg bereidwillig om het “goed” te doen. De openheid wordt ook andersom door de inspecteurs als erg prettig ervaren. Met de komst van het LAVS is straks ook een beter inzicht te verwachten wat bijvoorbeeld van Werven als verwerker binnen krijgt van particulieren. Zo kunnen niet gemelde slopen door particulieren beter in beeld worden gebracht. odnv Het toezicht op asbestverwijdering bij bedrijven behoort tot het basistakenpakket en zal derhalve door de omgevingsdienst geschieden, echter aangezien de ODNV geen menskracht beschikbaar heeft voor deze taak, zal tot nader order deze door de gemeente worden uitgevoerd. De ODNV heeft inmiddels wel 0,4 fte aangesteld met betrekking tot ketentoezicht asbest. In 2014 zal vanuit de ODNV het project Ketentoezicht asbest worden gecoördineerd. Hij zal, indien nodig, de toezichthouders betrokken bij de asbestsloop, begeleiden en adviseren bij asbest gerelateerde zaken. Inmiddels is er een Landelijk Asbest Volgsysteem door het ministerie ontwikkeld die uitgezet is bij diverse woningbouwcorporaties. Dit is ontwikkeld om het ketentoezicht te optimaliseren. De gemeente Oldebroek zal zich hiervoor ook aanmelden. klachten, vrije veld delicten en projecten Naast het uitvoeren van de verplichte periodieke controles en de asbestcontroles is er nog beperkte ruimte voor behandeling van klachten, optreden tegen niet inrichtinggebonden delicten en het uitvoeren van projecten. Dit betreft min of meer communicerende vaten. Indien er weinig klachten en delicten zijn, is er meer tijd voor het uitvoeren van projecten. Andersom als er veel klachten en delicten zijn, resteert er minder tijd voor het uitvoeren van projecten. Bij de gemeente kunnen klachten binnenkomen die te maken hebben met overlast veroorzaakt door bedrijven (inrichtingsgebonden klachten) of andere activiteiten (niet-inrichtingsgebonden klachten). De klachten hebben betrekking op de taakvelden milieu, bouwen en ruimtelijke ordening. De klachten worden geregistreerd in het geautomatiseerde inrichtingenbestand. Een klachtenoverzicht kan worden gebruikt als hulpmiddel bij het bepalen van aandachtspunten voor beleidsuitvoering. Daar waar aan de klacht een overtreding van de wettelijke voorschriften ten grondslag ligt, zal handhavend opgetreden worden (e.e.a. conform het beleidsnota actualisatie professionaliseringsdocument 2010 beschreven proces), dit ook om eventuele milieuschade te voorkomen. Het komt echter ook voor dat aan een klacht niet zozeer een overtreding van de regelgeving ten grondslag, maar meer een ongenoegen met een situatie die voldoet aan de regelgeving (bijvoorbeeld geur van een open haard) of een burenruzie. De praktijk tot nog toe was altijd dat n.a.v. een klacht vrijwel altijd een controle volgde, ook bij herhaling van de klacht. Dit zal met ingang van 2013 tot het verleden behoren. Het motto meer samenleving, andere overheid, heeft tot gevolg dat in dergelijke situaties burgers naar elkaar terugverwezen worden. Dergelijke problemen moeten primair onderling opgelost worden. We kwamen over 2013 uit op 51 milieuklachten die grotendeels betrekking hadden op het onderdeel geluid. Het overgrote deel van de klachten werd door één persoon ingediend en had betrekking op één bedrijf. Hoewel deze klachten breder waren dan alleen het aspect geluid, was het aspect geluid hierin wel vaak doorslaggevend Ook de andere klachten hadden vooral betrekking op geluidshinder en varieert van het geblaf van een hond, het gekrijs van papegaaien, het laten draaien van koelmotoren tot het hinderlijk gebruik van een omroepinstallatie en geluidsinstallatie. We hebben dit jaar één klacht binnengekregen over illegale grondstort. Ook komen er weer klachten binnen over hondenpoep. Blijkbaar is het breder bij de burger bekend dat er geen sancties meer worden op gelegd voor het niet opruimen van hondenpoep. In 2014 zal een publicatie plaatsvinden waarin de inwoners gewezen worden op de eigen verantwoordelijkheid, enerzijds voor het zelf opruimen van hondenpoep en anderzijds voor het elkaar aanspreken op deze opruimplicht. In 2013 is er geen klacht binnengekomen over het onderdeel geur. Relatief wordt er weinig geklaagd over hinder in de gemeente Oldebroek. In 2013 stonden er twee mogelijke projecten op de planning: de keuring van mestbassins (een groot deel van de in de gemeente aanwezige mestbassins moeten in 2012/2013 gekeurd worden) en een inventarisatie van bedrijventerreinen (Oude dijk en Zeuven heuvels). Er was ruimte om één van deze projecten op te pakken, de keuring van de mestbassins. Dit project is in augustus van start gegaan met een algemene publicatie. Ook zijn de betrokken ondernemers geïnformeerd en is hen verzocht om de desbetreffende keuringsrapporten te overleggen, dan wel het mestbassin buiten werking te stellen. De respons is goed. Veel mestbassins blijken reeds op initiatief van de ondernemers goedgekeurd te zijn, of zijn buiten werking gesteld. In andere gevallen is de ondernemer alsnog overgegaan tot het laten goedkeuren. Tot oplegging van dwangmaatregelen heeft het (nog) niet hoeven komen. Dit project loopt door in 2014. controle vuurwerkverkooppunten Deze taak valt binnen het zogenoemde basistakenpakket en is in 2013 door de omgevingsdienst uitgevoerd. Dit geldt ook voor 2014. Verslaglegging geschiedt door de ODNV. Gemeentelijke inrichtingen In 2013 zijn geen gemeentelijke inrichtingen gecontroleerd. Voor 2014 staat een controle van de gemeentewerf op de planning. Deze zal worden uitgevoerd door de ODNV. bodem In het kader van het Besluit bodemkwaliteit dienen alle toepassingen van meer dan 50m³ grond binnen en buiten het grondgebied van de gemeente Oldebroek gemeld te worden in het digitale meldpunt bodemkwaliteit. De gemeente Oldebroek is bevoegd gezag. Alle binnen gekomen meldingen worden administratief gecontroleerd. Ook worden alle toepassingen van grond fysiek gecontroleerd door een van de inspecteurs. In 2013 zijn er 17 meldingen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit ingediend. In 2014 wordt er een zelfde aantal meldingen verwacht. In 2013 is extra aandacht geschonken aan niet gemelde grondtoepassingen binnen de gemeente Oldebroek. Er zijn 4 illegale grondtoepassingen geconstateerd. Door de inspecteurs is extra aandacht besteed aan grondverplaatsingen op het circuit "de Bargen" aan de Vreeweg te 't Loo Oldebroek en het ATB circuit aan de Sportlaan te 't Loo Oldebroek. Er zijn geen illegaliteiten met betrekking tot grondverplaatsingen geconstateerd. De in 2013 gevolgde strategie zal in 2014 worden voortgezet. Om effectief te kunnen optreden tegen illegale grondstromen (ketenhandhaving) is het uitgangspunt dat een overtreding doorgemeld wordt aan het milieuteam van de regionale politie. Vermoedelijk illegale grondstromen vanuit de gemeente naar andere gemeenten, zullen doorgemeld worden aan deze andere gemeente. Het toezicht op de grondstromen bij bedrijven behoort tot het basistakenpakket en zal derhalve door de omgevingsdienst geschieden. 24-uurs beschikbaarheids- en bereikbaarheidsregeling Op grond van artikel 7.4 van het Besluit Omgevingsrecht dient de gemeente een 24 uurs bereikbaarheids- en beschikbaarheidsregeling te hebben. Dientengevolge is een regeling opgesteld. De regeling ziet op de Wabo-handhavingstaken en de evenementenregelgeving. De regeling betreft zowel de controlerende component (inspecteurs), als de juridische component (juristen). De regeling is in juni 2010 in werking getreden. In 2014 zal bezien worden hoe de kenbaarheid van de regeling vergroot kan worden. lokaal handhavingsoverleg Elk kwartaal heeft er een handhavingsoverleg plaats met o.a. externe handhavingspartners, regionale milieupolitie, plaatselijke politie, Dierenpolitie, Waterschap, NVWA (AID). Ook zal in 2014 een afgevaardigde van de ODNV bij het overleg aanschuiven. De overleggen hebben plaatsgevonden op de volgende data: 12 maart 2013, 11 juni 2013, 10 september 2013 en 10 december 2013. Het overleg voorziet in een grote behoefte, de externe handhavingspartners zijn namelijk goed aanspreekbaar, er is geen afstand. Met name de inspecteurs hebben door het overleg een goede ingang gekregen bij onze externe handhavingspartners. Wanneer je gezamenlijk optrekt kunnen zaken sneller en adequater worden aangepakt. voeren van handhavingsprocedures Handhavingsprocedures op het gebied van omgevingsrecht (milieu en Bouwen/RO) worden heden ten dage integraal opgepakt en geregistreerd. Dit betekent dat als aan een zaak zowel milieu als Bouwen/RO aspecten zitten, deze in één brief/besluit meegenomen worden. Het maken van een onderverdeling van deze totaalaantallen naar handhaving milieu en handhaving Bouwen/RO is enigszins arbitrair om eerder genoemde reden dat één handhavingszaak vaak meerdere aspecten verenigt. Globaal kan echter de volgende verdeling worden aangehouden: In zijn totaliteit zijn op het gebied van handhaving van het omgevingsrecht de volgende acties verricht. Aantal constateringsbrieven : 35 bouw/ro en 8 milieu Aantal dwangmaatregelen : 28 bouw/ro en 6 milieu Aantal gedoogbesluiten : 1 milieu Aantal afgewezen verzoeken om handhaving : 3 bouw/ro en 3 milieu Aantal inningen : 1 bouw/ro Aantal bezwaar en beroep : 3 bouw/ro en 4 milieu Aantal informele gesprekken : 12 Overig* : 97 bouw/ro en 38 milieu *denk aan uitzetten/voorbespreken, voorbereiden gedoogbesluit, informatieve brieven, eind-brieven, opschortingsbrieven, intrekkingbesluiten, toewijzingsbeschikkingen, hoorzittingen, verslaglegging, klachten etc. Mediation en OVM Twee potentiële handhavingszaken zijn door het toepassen van een informeel mediationtraject tot wederzijdse tevredenheid opgelost. Het ging met name om overlast door het bespuiten van gewassen en het illegaal bouwen van schuurtjes. Door diverse gesprekken met alle betrokkenen, hetgeen veel tijd vergde, is er voor alle partijen een leefbare en werkbare situatie ontstaan. Daardoor is wel voorkomen dat er een langlopend juridisch traject gevolgd diende te worden. Ook is er in 2013 uitvoering gegeven aan “Oldebroek voor mekaar”, hetgeen een omslag teweeg bracht bij beide partijen (klager en overtreder). Dit heeft er in geresulteerd dat partijen weer met elkaar in gesprek zijn gegaan. In een aantal zaken heeft buurtbemiddeling een rol gespeeld. “Oldebroek voor mekaar” zal ook in 2014 een grote rol spelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel