Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.2

controle naleving omgevingsvergunning (exclusief milieu)

Onderdeel van Nota integrale handhaving 2014

Omdat de gemeentelijke overheid de, wettelijk vastgelegde, taak heeft van toezicht op de kwaliteit en juiste uitvoering van bouw-, sloop- en andere werken heeft zij toezichthouders in dienst die controleren of werken en werkzaamheden volgens de geldende regels worden uitgevoerd. Voor werkzaamheden waarvan de kwaliteit achteraf niet meer kan worden gecontroleerd, of een foute uitvoering niet eenvoudig kan worden hersteld, geldt dat de uitvoerder van het werk vooraf moet melden wanneer het werkonderdeel kan worden gecontroleerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor het uitzetten van de plaats van een gebouw en voor constructies die later door ander materiaal aan het oog worden onttrokken, zoals de wapening in beton. Hier wordt dan op afspraak een controle uitgevoerd. Omdat niet iedereen adequaat meldt is er ook periodiek gecontroleerd. Uit de periodieke controle zijn ook de gegevens voor de wettelijk vereiste Basisregistratie Gebouwen gehaald. Deze gegevens zijn de basis voor de aantallen woningen en gebouwen waarop de uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd. Voor de kleinere bouwwerken of verbouwingen is de praktijk dat deze tweemaal worden gecontroleerd. De eerste controle is om te bepalen of er is gestart met de uitvoering, de tweede of het werk gereed is en of het is uitgevoerd conform vergunning. Voor de grotere bouwwerken gelden de eerdergenoemde tussentijdse controles. Als de grotere bouwwerken gereed zijn volgt na enige tijd een aparte eindcontrole op de technisch juiste uitvoering van het bouwplan. Op deze manier is de borging van kwaliteit niet afhankelijk van één persoon en is aan het juridisch 'vier ogen principe' invulling gegeven. Evenals in voorgaande jaren hebben bepaalde aspecten een hoge prioriteit gekregen en is er gekozen aan andere aspecten geen prioriteit te geven: hoge prioriteit: - veiligheid (voor personen, constructie) - EPC (energieprestatie) - grote aantasting van straatbeeld en/of omgeving - onomkeerbare gevolgen voor milieu - asbest en bouw- en sloopafval geen prioriteit - maatafwijkingen van minder dan 10% - onvoldoende ventilatievoorziening - welstandstechnisch niet legaliseerbare overtredingen, gelegen op achtererven of anderszins vanaf de openbare weg of openbaar terrein niet zichtbare locaties - als wijziging na de gereedmelding van de vergunningvrij zou zijn - bouwwerken geen gebouwen zijnde, lager dan 1 meter (bijvoorbeeld een konijnenhok in een tuin) Bij geconstateerde overtredingen die niet op eerste aanzegging onmiddellijk beëindigd worden is het bestuursrechtelijk handhavingsinstrumentarium ingezet. Procedures zijn gevoerd conform vastgestelde procesbeschrijvingen, protocollen en standaarden. In 2013 zijn er 611 bezoeken geweest voor controle op de uitvoering van een omgevingsvergunning. Hiervan zijn 183 bezoeken aan bouwwerken, onder meer, voor controle starten van de werkzaamheden (57), uitzetten van nieuwbouw (10), wapening (27), monitoring tijdens de uitvoering en op uitvoering gereed(89). In 2013 is 9x een overtreding geconstateerd. Deze constateringen leidde tot zes constaterings-brieven. Driemaal is de bouw stil gelegd. Ontwikkelingen In 2014 zal de intentie tot deregulering van de overheidstaak worden uitgewerkt in praktische uitvoering. Het doel is om de verantwoordelijkheid voor de wettelijk juiste inhoud van aanvragen en het uitvoeren conform de aanvraag nadrukkelijker te laten bij de initiatiefnemer, cq. de burger of het bedrijf. Dit zal invloed hebben op de vereiste inzet voor vergunning- verlening en toezicht. Intrekken van vergunningen In 2013 is er, bij de controle op het starten van de vergunde werkzaamheden, extra aandacht besteed aan de vergunningen waar de uitvoering niet is gestart. Er is een beleidsdocument vastgesteld waarin is geregeld wanneer wordt gekozen voor het intrekken van de vergunning. In 2013 zijn er 33 vergunninghouders aangeschreven met een voornemen tot intrekken van de vergunning. In 20 gevallen is er gekozen voor het intrekken van de vergunning omdat de uitvoering om een of andere reden niet meer gaat komen. monumenten Deze handhavingstaken gaan over werkzaamheden aan rijks- en gemeentelijke monumenten. Bij deze werkzaamheden is er extra aandacht nodig voor juiste toepassing en uitvoering van de materialen, detaillering en kleurstelling. Ook is het heel belangrijk om te controleren in of er is voldaan aan eventueel aanvullende voorwaarden in de vergunning. Het aantal controles is afhankelijk van het aantal gereedmeldingen van activiteiten waarvoor de vergunning is verstrekt. Per jaar worden ongeveer 10 vergunningen verstrekt. In het kader van de deregulering is de Monumentenwet gewijzigd en zijn enkele onderhouds- en restauratiewerkzaamheden aan rijks- en gemeentelijke monumenten vergunningvrij geworden. De uitvoering van deze werkzaamheden moet wel zorgvuldig gebeuren om geen monumentale waarden te verliezen. In voorkomende gevallen zullen deze uitgevoerde werkzaamheden gecontroleerd worden, zonder dat er sprake is geweest van een vergunning of melding van deze werkzaamheden. Deze werkwijze sluit aan op de uitgangspunten zoals gesteld in het kader van Oldebroek voor mekaar. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten zal circa 16 uur per jaar moeten worden begroot voor de controlewerkzaamheden. Voor de instandhouding van de monumentale waarden van de rijks- en gemeentelijke monumenten heeft deze controletaak (zeker ook op detailniveau) hoge prioriteit. Primair ligt de verantwoordelijkheid voor bovengenoemde controles bij de toezichthouders van de afdeling RO. Zij kunnen de controle in de meeste gevallen combineren met de reguliere bouwinspecties. De toezichthouders zijn voldoende deskundig voor de controle op de juiste uitvoering van bouwkundige werkzaamheden aan monumenten. Als er specifieke werkzaamheden aan monumenten zijn uitgevoerd, is het van belang om vanuit de monumentencommissie extra bouwkundige deskundigheid in te zetten. Daarbij is een nauwe afstemming met de secretaris van de monumentencommissie noodzakelijk De raad heeft tijdens de bezuinigingen besloten om de subsidie voor restauratie en onderhoudswerkzaamheden aan monumenten vanaf 2012 weg te bezuinigen. Dat betekent dat er in de jaren 2012 en 2013 overgangswerkzaamheden bestaan met betrekking tot reeds in 2010 en 2011 verstrekte subsidies. Maar, vanaf 2012 worden geen nieuwe subsidies verstrekt. In 2013 is 1 subsidie vastgesteld en is het vaststellingsverzoek door de afdeling Samenleving getoetst. Er is geen handhavingssanctie voortgevloeid uit de subsidievaststelling

Rechtspraak bij dit artikel