Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.6.

Drank en horecawet

Onderdeel van Nota integrale handhaving 2014

Op 1 januari 2013 is een wijziging van de Drank- en Horecawet in werking getreden die tot gevolg gehad dat er veel toezichtbevoegdheden bij de gemeente zijn komen te liggen. De Drank- en Horecawet schrijft voor dat gemeenten binnen 1 jaar een verordening moeten vaststellen, en vaststelling die in onze gemeente in december 2013 heeft plaatsgevonden. In de verordening zijn de schenktijden voor paracommerciële instellingen, het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard, prijsacties en ontheffingsmogelijkheden opgenomen. Het voornemen bestaat om in het 1e kwartaal van 2014 met paracommerciële instellingen maatwerkafspraken in de vorm van convenanten te maken. Daarbij staat de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemers voorop. In dit convenant wordt een aantal spelregels vastgelegd waaraan de instellingen zich moeten houden. Deze spelregels zien op het houden aan de leeftijdsgrenzen alcoholmatiging, het houden aan schenktijden etc. Tegen over de voorwaarden waaraan de clubs zich verbinden staan dan een verruiming van schenktijden (en bij dorpshuizen mogelijkheden voor houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard) en vermindering van het toezicht. Het werken met convenanten draagt er aan bij dat de beperkte toezichtcapaciteit effectiever ingezet kan worden. Op 1 januari 2014 is wederom een wijziging van de Drank- en Horecawet in werking getreden. Iedere gemeente moet uiterlijk zes maanden na inwerkingtreding van de wetswijziging een preventie- en handhavingsplan vaststellen. Dit betekent dat de gemeente voor 1 juli 2014 moet beschikken over een preventie- en handhavingsplan. In het plan moeten onder andere doelstellingen, acties en minimaal te behalen resultaten voor de handhaving worden vastgelegd. De handhavingsinspanningen met de daarbij behorende toezicht- en handhavingsstrategieën zullen met name worden geconcretiseerd in het preventie- en handhavingsplan. Het ligt echter in de lijn van de verwachting dat in 2014 het accent zal komen te liggen op periodieke controles van verleende vergunningen, het controleren op het handelen zonder vergunning en het controleren op naleving van de leeftijdsgrenzen. Voor een goede uitvoering van dit taakveld is de beschikbaarheid van BOA-capaciteit noodzakelijk. Zonder inzet van een BOA kan er door de gemeente niet strafrechtelijk worden opgetreden tegen overtredingen van de Drank- en Horecawet. Wel kan er bestuursrechtelijk worden opgetreden, echter bij bepaalde overtredingen is inzet van dit bestuursrechtelijk instrumentarium niet geschikt. Eén van de bestaande inspecteurs is in 2013 begonnen met de opleiding voor een aanstelling als BOA. Het streven was er op gericht dat deze in het begin van 2014 aangesteld kon worden, maar door ziekte heeft dit vertraging opgelopen. Per 1 januari 2014 is het mogelijk voor heel domein I openbare ruimte een boa in te huren. De circulaire buitengewoon opsporingsambtenaar is op dit onderdeel gewijzigd. Dit betekent onder meer dat nu ook voor de handhaving Drank- en Horecawet ingehuurd kan worden. Momenteel wordt onderzocht in hoeverre de strafrechtelijke handhaving geoptimaliseerd kan worden door in te huren of samen te werken met Hattem en Heerde en/of de regio (RNV-verband). In 2013 hebben wel bestuurlijke controles plaatsgevonden (25x). Daarbij zijn vijf overtredingen aan het licht gekomen. de geconstateerde overtredingen hadden voornamelijk betrekking op kleine overtredingen ontstaan door de wetswijziging per 1 januari 2013. Na overleg met de inspecteur zijn deze overtredingen vaak ter plaatse of op zeer korte termijn opgelost, waardoor geen handhavingstrajecten zijn opgestart. De bezoeken van de inspecteur zijn over het algemeen door de bedrijven als positief ervaren. Door ziekte van de inspecteur is het aantal controles lager dan gepland. Er is op dit taakveld 1 gedoogbesluit gemaakt en er is 1x verzoek om handhaving afgewezen.

Rechtspraak bij dit artikel