Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Kapverbod

Onderdeel van Bomenverordening 2005

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college houtopstand te vellen of te doen vellen. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: populieren of wilgen als wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot; fruitbomen en windschermen om boomgaarden; fijnsparren en andere naaldbomen, niet ouder dan twaalf jaar bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld, met uitzondering van bomen met een diameter groter dan 40 cm, gemeten met schors op een hoogte van 1,30 m boven het maaiveld; houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of op last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 8; bomen, voor zover niet reeds genoemd onder a tot en met f, waarvan de stam gemeten met schors, op een hoogte van 1,30 m boven het maaiveld een kleinere omtrek dan 0,30 m heeft, tenzij onderdeel van een houtwal; bomen die staan op percelen kleiner dan 400 m², gelegen binnen de bebouwde kom en niet aangewezen als bijzondere boom. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; het periodiek knotten of kandelaberen; 3.. Indien houtopstand deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, is op deze houtopstand het verbod slechts van toepassing, indien de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt: en hetzij geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, of hetzij in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel