Op grond van de WMO dient klanten een keuzevrijheid te worden geboden (art. 2.1.VMO). De keuzevrijheid betreft:
een keuze tussen een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget;
indien het een voorziening in natura voor hulp bij het huishouden betreft, een keuze tussen de zorgaanbieders met wie de gemeente, na de aanbesteding, een contract heeft gesloten.
Naast een voorziening in natura of pgb kennen wij de financiële tegemoetkoming. Bij de voorzieningen die uitsluitend gegeven worden in de vorm van een financiële tegemoetkoming is geen verstrekking in natura mogelijk. Voorzieningen in de vorm van een financiële tegemoetkoming zijn de woningaanpassingen, verschillende soorten vergoedingen zoals vervoerskostenvergoedingen, verhuis- en inrichtingskosten, onderhoud en reparatie en sportrolstoelen.
Bij een voorziening in natura voor hulpmiddelen is géén keuzevrijheid in de aanbieders zoals dat bij de hulp in het huishouden is.
Op dit moment (najaar 2008) is er een wetsvoorstel in behandeling bij de Tweede Kamer waarin in een derde verstrekkingsmogelijkheid wordt voorzien: de financiële vergoeding voor de hulp bij het huishouden. Deze voorziening is erop gericht om de alfahulp in stand te houden op het moment dat, door de nieuwe regelgeving, zorgaanbieders de alfahulp niet meer als zorg in natura mogen aanbieden.
Ten aanzien van de verstrekking hulp in het huishouden in natura dient nog te worden opgemerkt dat in principe wordt uitgegaan van de geselecteerde zorgaanbieders. Het is het mogelijk om, naast de geselecteerde aanbieders, eventueel een contract af te sluiten met een andere zorgaanbieder. Van deze mogelijkheid kan in incidentele gevallen gebruik gemaakt worden:
indien de zorgvrager al zorg krijgt van een, niet gecontracteerde, zorgaanbieder;
indien er geen passende zorg verleend kan worden door een van de geselecteerde zorgaanbieders;
indien het de nadrukkelijke wens van de ondersteuningsbehoevende is;
de prijs mag nooit hoger zijn dan de maximale prijs voor de aanbestede producten.
Bij de keuze voor een niet geselecteerde zorgaanbieder moeten vooraf prijsafspraken worden gemaakt en in een overeenkomst worden vastgelegd èn bekeken moet worden of de 80-20 % regeling niet wordt overschreden. Dit laatste houdt in dat slechts 20% tot een maximaal bedrag van € 80.000,00 van alle hulp in natura, buiten de drie geselecteerde zorgaanbieders om mag worden mag worden ingezet.